FAQ Zoeken Forum regels Registreren Aanmelden


Forumindex Scouting Discussieplein

Het is momenteel Za 25 Nov, 2017 04:48
Alle tijden zijn UTC + 1 uur

Bekijk je eigen berichten
Bekijk onbeantwoorde berichten
Bekijk actieve onderwerpen

Aanmelden  •  Registreren

Oceaanverkenners / Deep Sea Scouts

Oceaanverkenners / Deep Sea Scouts

Berichtdoor doc » Di 29 Dec, 2009 13:05

Leuk stukje over Oceaanverkenners gevonden op internet. Wie is hier bekend mee?

Bron: kelpin.nl/fred/artikelen/deepsea.pdf

Deep Sea Scouts - Oceaanverkenners

Hoewel Baden-Powells 'Scouting for Boys' gericht was op het Verkennersspel op het land gaf hij toch al tips hoe je moest omgaan met een boot. Hoe je deze moest aanleggen aan een pier of hoe je de boot langszijde een schip moest brengen. Maar Groot Brittannië heeft een enorm lange kustlijn, vele rivieren en meren. Het kon dus niet uitblijven dat er patrouilles waren die zich letterlijk en figuurlijk te water begaven. Naar het schijnt ontstonden de eerste Sea Scouts in het Schotse Glasgow en spoedig daarna haast overal waar water was. Van 7 tot 21 augustus 1909 organiseerde B-P een speciaal waterkamp in de New Forest in het Graafschap Hampshire aan de Engelse Zuidkust. Er waren 100 deelnemers verdeeld in twee groepen. Een groep kampeerde gedurende de eerste week aan de wal in tenten terwijl de tweede groep verbleef op het trainingsschip 'Mercury', waar zij in hangmatten sliepen. Na een week verwisselden zij van onderdak. Die aan boord verbleven kregen 'tokkies' (model Royal Navy) met een lint waarop de woorden Sea Scouts. In 1912 verscheen het door B-P's broer Warrington Baden-Powell geschreven handboek 'Sea Scouting for Boys'. De Sea Scouts kregen eigen spelkleding bestaande uit de genoemde 'tokkie', een marine blauwe trui met op de borst de woorden Sea Scouts in witte hoofdletters, en een korte blauwe broek.

De Scoutingorganisaties die in andere landen waren ontstaan en gelegen waren aan zee, namen de Sea Scouts over, zoals Hongarije/Oostenrijk, dat voor 1914 ook zeevarende naties waren met zeehavens die aan de kust van de Adriatische Zee (Triëst) gelegen waren. De thuishavens van hun koopvaardij- en oorlogsvloot. Maar ook in landen, die alleen maar beschikten over rivieren, kanalen en meren kwamen Sea Scouts of Water Scouts voor.
Terwijl tegenwoordig zelfs de grootste containerschepen, de mammoettankers ed het afkunnen met een zeer kleine bemanning, hadden in die jaren zelfs de kleinste schepen een grote bemanning nodig om in de vaart te kunnen blijven. Men was dus steeds op zoek naar jongens en mannen die wilden varen. Gevolg was dat de scheepvaartmaatschappijen en ook de diverse marines enthousiast waren over het ontstaan van de Sea Scouts, daar zij in de leden daarvan, die al met een aardige nautische training kregen, een bron zagen waaruit zij zouden kunnen putten. Met recht want menige Sea Scout of Zeeverkenner droomde er van de Zeven Zeeën te bevaren. De maatschappijen, maar ook de marines, maakten zich dus populair door bv de sloepen van uit de vaart genomen schepen, cadeau te doen aan de Zeeverkennerstroepen. Daarnaast stelden zij de jongens in staat om in de vakantietijd op hun schepen praktijk op te doen tijdens wat men noemde de korte kustreizen.

In Nederland was dit niet anders. De schepen van de diverse grote Nederlandse Lijnvaartmaatschappijen met als thuishavens Rotterdam en Amsterdam, enz. maakten ook korte kustreizen. Van de thuishaven voeren zij naar Hamburg, Bremen, Antwerpen of Londen om daar goederen te laden en te lossen om dan vervolgens naar de thuishaven terug te keren en vandaar te beginnen aan de grote reizen naar Amerika, Zuid Amerika of het Verre Oosten. Op die korte kustreizen mochten de jongens dan meevaren. Maar het waren geen uitstapjes, er moest wel gewerkt worden.
En zo gebeurde het dat Sea Scouts/Zeeverkenners de smaak van de zee te pakken kregen. Sommigen gingen naar de zeevaartscholen om opgeleid te worden tot officier. De jongens voor wiens ouders deze opleiding te kostbaar was konden terecht op de vele Matrozeninstituten, die men in alle grote havens vond. Hier kregen zij een grondige opleiding en als zij geslaagd waren konden zij als matrozen terecht bij de scheepvaartmaatschappijen. Verder konden ze naar zee als dienstplichtigen of beroeps bij de Marines. In Amsterdam was Matrozeninstituut gevestigd op de 'Pollux' die tot september 1944 lag afgemeerd aan de Oosterdokskade. Na inbeslagname door de Duitse Marine versleept naar IJmuiden. . Na de Bevrijding, hersteld van de grote schade, werd het in april 1946 weer op zijn vertrouwde plaats afgemeerd. Commandant werd toen, jarenlang, Schipper J.F. Viëtor die ook Assistent Districtscommissaris Zeeverkenners van de NPV was. Onder zijn leerlingen telde hij veel Zeeverkenners.

Deep Sea Scouting.
Tegenwoordig liggen zeeschepen zo kort mogelijk in de havens, doch in vroeger tijden was dat anders. Containers en pallets bestonden nog niet en dus moesten de schepen gelost en geladen worden door verschillende ploegen bootwerkers. De kisten, dozen en zakken ed. werden met handkracht gestapeld en door hijskranen in het ruim of op de wal geplaatst of in of uit langszijde liggende lichters geladen of gelost. Dit laden en lossen kostte veel tijd maar gaf de bemanningen de gelegenheid 's avonds de wal op te gaan. De Sea Scouts/Zeeverkenners, die echte zeevarenden werden, moedigde men aan in de buitenlandse havens, die zij - vooral op de lijnvaart - regelmatig aandeden, contact te zoeken met de lokale Scouts. Verder hielden zij logboeken bij en eenmaal weer eens terug in de thuishaven, hielden zij contact met hun eigen groep waar zij verslag uitbrachten van hun reizen.
In december 1929 werd de zaak wat formeler toen men in de Britse beweging deze zeevarenden van de koopvaardij, de Royal Navy (inclusief de Mariniers en later de Marine Luchtvaartdienst) de vissersvloot, de kustwacht en het reddingswezen
registreerde als Deep Sea Scouts. Het Landelijk Bureau verschafte ze een speciale identiteitskaart, en een speciale Letter of Introduction die zij in het buitenland konden tonen en waardoor zij daar als Scouts werden erkend. Als zij de wal opgingen dan konden ze dit doen in het normale Sea Scout uniform met het installatie teken doch een speciale Marine Blauwe halsdoek met in de punt het Deep Sea Scouts insigne, dat zij - met het naambandje - ook op de trui droegen.
Tijdens de twee Wereldoorlogen, (1914-1918 en 1939-1945) was er dienstplicht in de Britse gebieden. Niet alleen Sea Scouts maar ook Land Scouts gingen toen naar zee. De laatsten konden zich toen ook doen inschrijven als Deep Sea Scouts. De Britse Admirality bevorderde dat vooral op de grote oorlogsschepen, met hun vaak vele honderden bemanningsleden, de Deep Sea Scouts de gelegenheid kregen om bijeenkomsten te houden. In de thuishavens konden zij gebruik maken van speciale Scout Clubs.
Zoals gebruikelijk volgde ook de Nederlandse Beweging, kort na 1929, dit Britse voorbeeld. Hier werden zij Oceaanverkenners genoemd en ze droegen ook het normale zeeverkenners uniform met in de punt van de marine blauwe halsdoek een speciaal insigne.
In het laatste deel van de 20stde eeuw werden de schepen steeds groter en de bemanningen steeds kleiner. Het aantal Britse Deep Sea Scouts en Nederlandse Oceaanverkenners nam daardoor snel af. De Britse beweging besloot in 1991 het Deep Sea Scouting om te zetten in de Deep Sea Scout Fellowship, onderdeel van de Scout Association maar ook van de International Fellowship of Scouts and Guides. Hiervan konden ook 'oud' Deep Sea Scouts weer lid worden.
Toen Scouting Nederland in januari 1973 werd opgericht verdween de Oceaanverkenner geheel uit het beeld.

Insignes
Het was jarenlang de gewoonte dat leden van Scouting op hun burgerkleding het zg burgerinsigne droegen. Het was echter geüniformeerde overheidsdienaren, zoals politie, douane, marinepersoneel etc maar ook spoorwegpersoneel niet toegestaan insignes of emblemen op hun uniformen te dragen die niet tot de officiële uitrusting behoorden. Op de Wilde Vaart droegen alleen de
officieren uniformen doch op de schepen van de Lijnvaart waren, vooral op de passagiersschepen, ook de matrozen in uniform gekleed. Ook de maatschappijen stonden het dragen op het uniform van niet tot de uitrusting behorende insignes niet toe. Scouting ontwierp toen een zilverkleurig embleem dat men aan zijn
- toen nog veelal - lederen horloge bandje kon bevestigen. Alleen voor de Oceaanverkenners stond de naam erop.
In de punt van de Marineblauwe das van de Oceaanverkenners bevond zich dit insigne, geel of goud. Toen in 1991 alle nog varende en niet meer varende Britse Deep Sea Scouts waren samengebracht in de Deep Sea Scout Fellowship werden een nieuw insigne en een nieuw naambandje ingevoerd.
Uiteraard kenden ook andere zeevarende landen hun Deep Sea Scouts.

© Piet J. Kroonenberg, Amsterdam, maart 2007.


(Misschien ook wel leuk als stukje op de Frontpage)
Hee waar gaan we heen, diddelidee!?
Hee wie gaat er mee, diddelidee!?
Overal in Ierland zeggen ze: Hee hee hee diddelidee!
Gebruikers-avatar
doc
Sitecrew
 
Berichten: 10330
Geregistreerd: Wo 16 Apr, 2003 20:14
Woonplaats: Dordrecht
Scouting groep: Willem de Zwijgergroep III

Re: Oceaanverkenners / Deep Sea Scouts

Berichtdoor Binnenvaartschipper » Wo 30 Dec, 2009 01:45

Interessant verhaal wist niet dat deze vorm van scouting ook bestond. Weer wat geleerd :wink:
Gebruikers-avatar
Binnenvaartschipper
 
Berichten: 175
Geregistreerd: Do 08 Okt, 2009 22:15
Woonplaats: Dordrecht
Scouting groep: Willem de Zwijgergroep III


Terug naar Discussieplein

Wie is er online?

Gebruikers in dit forum: Geen geregistreerde gebruikers en 1 gast

Forumindex Scouting Discussieplein

Het team
Alle forumcookies verwijderen